AlgemeenGeschiedenisNatuur en Landschap
CultuurhistorieWeer en KlimaatCijfers van Zijpe


Geschiedenis

Wist u dat de Zijpe onderdeel is van de oudste zeepolder van Nederland? En dat er nu nog steeds vele ’tekens’ in het landschap zijn, die het resultaat zijn van een eeuwig durende strijd tegen de zee?
 
De geschiedenis van Zijpe is even boeiend als tragisch. Vroegere bewoners moeten regelmatig de wanhoop nabij zijn geweest, als de zoveelste storm met dijkdoorbraak op komst was. Dankzij vastberadenheid, steeds slimmere technieken en goede samenwerking, slaagden onze verre voorouders erin de strijd tegen de zee te winnen. Voorlopig dan, want ook nu en in de toekomst is dit een actueel onderwerp. Is de Hondsbossche zeewering wel bestand tegen een superstorm? De kans op doorbraken is vele male kleiner dan in de Middeleeuwen, maar de gevolgen voor nu zijn nauwelijks te overzien. Het is niet te hopen dat de geschiedenis zich op dit front zal gaan herhalen!

De eerste bewoners
De eerste bewoning in Zijpe zal zo omstreek 3400 en 2800 voor het begin van onze jaartelling plaats hebben gevonden, en wel in de duinen en de hoge oeverwallen langs de geulen in het toenmalig Westfriese waddengebied.

Men woonde in houten huizen met een rieten dak, waarin een woonruimte en een stalling voor het vee (schapen, geiten en een enkele koe) waren opgenomen. Verder verbouwde men voornamelijk graan, want piepers groeiden in die tijd alleen nog hoog in de Andes van Peru; die werden pas eeuwen later door de Spanjaarden geïmporteerd!

Na de ineenstorting van het Romeinse rijk in de 4e eeuw na Christus, waren de westelijke kustlanden driehonderd jaar lang grotendeels verlaten. De sociale en economische chaos na de volksverhuizingen, de verslechtering van het klimaat en het wassende water veroorzaakten een terugval in bevolkingscijfers. Een langzaam herstel kwam in de tweede helft van de 7e eeuw op gang.

Vanaf de tijd van Karel de Grote (circa 800) ging men het veengebied geleidelijk geschikt maken voor akkerbouw en bewoning. Door de aanleg van slootjes werd het moerassige gebied ontwaterd. Dat maakte het verbouwen van graan mogelijk, maar betekende ook inklinking en oxidatie. Zo daalde het oppervlakte eeuwenlang met een tot anderhalve centimeter per jaar. In een streek zonder dijken bracht dat met zich mee dat de zee vrij spel kreeg. Tot overmaat van ramp begon net die periode de zeespiegel te stijgen, en in de 10e eeuw brak de strandwallenkust tussen Petten en Callantsoog, ter hoogte van Schagerbrug, door. Zo kreeg het Noordzeewater vrije toegang richting West-Friesland.

Wat nu Zijpe is, werd een lagune of een binnenzee. Bovendien werden de elfde en twaalfde eeuw gekenmerkt door stormvloeden. De hele Noordkop ten noorden van de lijn Schagen-Medenblik, verdween onder water. Dat en de vloed van 1196 leidden tot de oprichting van Waterschappen, die moesten zorgen voor goede dijken.

Eeuwenlange strijd tegen de zee
Eerst dacht men zich middels terpen te kunnen beschermen, maar rond 1200 na Christus drong het besef door dat dit niet voldoende was. Er verschenen dijken en dammen in onze streken. Omstreeks 1250 werd de 126 kilometer(!) lange omringdijk om West-Friesland gesloten: een unieke prestatie als men bedenkt dat dit allemaal met de hand gebeurde. Het Noordwestelijke gedeelte van deze dijk vormt nog steeds de oostgrens van het huidige Zijpe. In het zuiden ligt de Oude Schoorlse Zeedijk.

Zijpe in de Middeleeuwen
Zijpe omstreeks 1300 (volgens Henk Schoorl, 1979)

Het grote Zijper Zeegat is waarschijnlijk ontstaan door de stormvloeden van eind 1248. In de eerste helft van de 14e eeuw verdween het Zijper zeegat; het maakte plaats voor een hoog gesloten strand waarop nollen (lage zandduintjes) ontstonden. Het Heersdiep tussen Callantsoog en Huisduinen had toen zijn grootste omvang bereikt, maar verzandde later en in de eerste helft van de 16e eeuw was het tot een onbeduidend strandzwin gereduceerd. 

Het kwelder- en waddengebied vóór de Westfriese Omringdijk zorgde voor een aanhoudende waterdruk op deze zeedijk. Bij storm werd dit gebied overspoeld en zorgde het opgestuwde water voor gevaarlijke situaties aan de dijk. De zee bleef berucht. Zo richtte de zeer zware stormvloed van 9 oktober 1375 enorme vernielingen aan. De Westfriese Omringdijk brak op verschillende plaatsen door en ook het eiland ’t Oge had zwaar te lijden.

Nog beruchter echter was de Elisabethsvloed op 9 november 1421, toen ook de Schoorlse Zeedijk doorbrak en de kustduinen van de Zijpe weggeslagen werden. Landerijen raakten met een laag zand bedekt en de parochiekerk van Petten (Hondsbosch), waarin velen hun toevlucht hadden gezocht, stortte in; 400 mensen kwamen om het leven.

Dijken en duinen verzwakten, veel voorland ging verloren en een nieuwe aanval van de zee kon de volgende calamiteit veroorzaken. Dat gebeurde dan ook, eerst in 1477, later in 1509. In de 16e eeuw teisterden niet minder dan 14 zware rampen Noord-Holland, met als absolute dieptepunten 1532 en de Allerheiligenvloed van 1 november 1570. De laatste leidde tot het onder water komen te staan van bijna geheel Holland. De Hondsbossche (na 1388 als versterking met mankracht uit de Noordkennemer dorpen en Alkmaar op bevel van hertog Albrecht aangelegd) brak op vier plaatsen door. De dijk om de nieuwe Zijpepolder werd grotendeels weggeslagen. 

In 1392 had een grafelijke commissie al verklaard, dat het landsbelang vorderde, en dat de Zijpe (her-)bedijkt moest worden. Om tot bedijking van dit gebied over te gaan werden in de jaren 1443, 1477, 1486 en 1526 octrooien verleend, maar het zou tot 1552 duren voordat pas tot daadwerkelijke bedijking werd overgegaan. In 1549 nam de beroemde schilder Jan van Scorel het initiatief tot de eerste bedijking van de Zijpe. Na ernstige problemen en overstromingen zag de landsheer, Philips II, zich genoodzaakt in het voorjaar van 1556 de bedijking zelf ter hand te nemen. Met zeven watermolens werd de polder drooggemalen.

De Allerheiligenvloed van 1570 veroorzaakte - zoals eerder genoemd - wederom grote schade aan de dijken. De daarop volgende derde bedijking van 1572 werd niet voltooid. Nadat op een vergadering van afgevaardigden van de Noord-Hollandse steden in 1594 was vastgesteld dat bedijking van de Zijpe (wederom) in ’s lands belang was, werd door de Staten van Holland en West-Friesland octrooi tot bedijking verleend. Door een kwart eeuw overstroming en inundatie diende veel schade te worden hersteld.

Uiteindelijk, in 1597, was de bedijking voltooid en werd de Zijpe de eerste succesvolle inpoldering van enige omvang in Holland. In 1598 werden de herverkavelde gronden van de Zijpe opnieuw uitgegeven. Na deze bedijking ontstonden door verstuiving van opgehoopd zand de Pettemer Duinen, een relatief jong duin gebied. Hierover leest u meer onder het kopje natuur.

Bloembollen en toerisme
Door deze zeewaartse inpoldering werd uiteindelijk de agrarische sector één van de belangrijkste economische pijler van Zijpe. De zanderige schrale grond, bleek zich uitstekend te lenen voor de bloembollencultuur. Het noordelijk zandgebied, waarvan de Zijpe onderdeel uitmaakt, is onderhand uitgegroeid tot het grootste bloembollengebied ter wereld. Daarnaast is door de ligging van Zijpe aan de Noordzee, met een kustlijn van ruim 14 kilometer, ook de toeristisch-recreatieve sector van groot economisch belang. Begin 1900 kwam het eerste toerisme hier al op gang!

De Tweede Wereldoorlog vormde echter een hevige onderbreking voor het toerisme. Op 11 augustus 1942 werd de blijvende ontruiming van het hele dorp Callantsoog gelast; dat moest binnen 10 dagen gebeuren. De inwoners en vele Helderse evacuees dienden elders maar een onderkomen te zoeken. Voor die dorpsbewoners die onmisbaar waren voor de openbare diensten werden een aantal houten zomerwoningen (sinds 1936 hier en daar verschenen) verplaatst. Die nieuwe nederzetting werd al snel ’Holywood’ gedoopt in de volksmond. In 1943 moest de hele kom van het dorp op last van de weermacht afgebroken worden (’Schutzfeld’). De burgemeester bemiddelde echter met succes en uiteindelijk werden niet meer dan 30 panden afgebroken. Maar op 22 mei 1943 velde een munitie-explosie zes panden. Volgens een ooggetuige was op de kerk geen dakpan meer te vinden en zaten er grote gaten in de houten toren.

In 1953 was de wederopbouw zo goed als voltooid en bereikte het toerisme al snel het vooroorlogse peil van 12.000 overnachtingen.

Tegenwoordig telt de gemeente Zijpe jaarlijks ruim 1 miljoen overnachtingen, en zorgt het toerisme voor een omzet van meer dan 80 miljoen euro. Daarnaast trekt Zijpe veel dagrecreanten, ook uit noord Nederland. Voor mensen uit Groningen en Friesland zijn de dichtstbijzijnde standen in de Kop van Noord-Holland, en dus Zijpe.
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten
Stichting Innovatief Zijpe.